Terug naar overzicht Download als PDF

David Roelofs | Trainee 2019

Ik ben een beginnend docent die graag de experimentele ruimte binnen zijn vakgebied opzoekt.
Schoolvak(ken): Nederlands

Joke Smit College

Nederlands; specialisatie experimentele literatuur

“Inzichtgevend en vooruitstrevend onderwijs”

Tijdens mijn onderzoeksmaster Nederlandse Literatuur en Cultuur aan de Universiteit Utrecht, merkte ik dat ik het best gedij in een omgeving van onderwijs en onderzoek. Na een succesvolle stage bij het Rijkmuseum te hebben afgesloten en met mijn masterdiploma op zak, ben ik op zoek gegaan naar een nieuwe plek om me met precies dat bezig te houden: onderwijs en onderzoek. Die plek denk ik gevonden te hebben in het traineeship van Trainees in Onderwijs. Ik popel om mijn ideeën voor inzichtgevend en vooruitstrevend onderwijs van het schoolvak Nederlands in praktijk te brengen. Ook verheug ik me op de leerlingen, collega’s en medetrainees die dergelijke plannen ongetwijfeld van karakteristieke kritiek zullen voorzien. Ik ben klaar om te vallen en vervolgens weer op te staan.

“Ontdekken wat ‘goed onderwijs’ is”

Ik wil bijdragen, zoals zoveel docenten, aan goed onderwijs. Wat dat precies is, dat ‘goed onderwijs’, dat hoop ik de komende twee jaar te ontdekken. Ik ben in ieder geval voornemens om het vak Nederlands op zo’n manier aan te bieden dat leerlingen inzicht ontwikkelen in het hoe en waarom van het vak. ‘Waarom zitten wij zoveel zoveel uur in de week met elkaar in een klaslokaal en buigen we ons over spelling, grammatica en tekstbegrip?’ Op die vraag zijn talloze antwoorden te geven. Omdat goede taalbeheersing je in staat stelt om jezelf uit te drukken in allerlei contexten en omgevingen. Omdat zorgvuldig kunnen lezen cruciaal is voor je informatieontwikkeling en beoordelingsvermogen. Omdat het Nederlands, als je het eenmaal onder de knie hebt, zich uitstekend leent voor het poëtisch taalspel.

Natuurlijk kent mijn vak, zoals ieder schoolvak, taaie onderwerpen. Een correcte redekundige ontleding van een zin zal de handen vast niet op elkaar krijgen. En ook bij de behandeling van de tussen-s reken ik niet op bijzonder veel enthousiasme (maar wie weet). Zolang ik er echter voor kan zorgen dat de leerling begrijpt wáárom we deze onderwerpen behandelen, is er hoop. Men mag mij een idealist noemen. En men mag ook heus wel gniffelen als de eerste puber zich niet onder de indruk toont van mijn enthousiasme voor onze taal. Laat dat maar gebeuren. Het nut van Nederlands is niet zo één twee drie uitgelegd. Maar als het lukt is ‘goed onderwijs’ al erg dichtbij.