Veelgestelde vragen

Partnerschap

Trainees in onderwijs werkt samen met partners die onze visie en werkwijze delen. Zo bundelen we samen onze krachten om het onderwijs te innoveren en te verrijken met een nieuwe en diverse groep jonge professionals. Onderdeel van deze visie is dat scholen strategisch HR-beleid voeren en vanuit dat oogpunt trainees duurzaam opnemen in hun personeelsbestand. Daarmee bedoelen we dat een school trainees bewust kiest en inzet op bepaalde plekken in de school, zodat zij in de volle breedte van betekenis kunnen zijn voor de school en haar leerlingen.

Concreet vragen wij het volgende van de school:

  • Onderstrepen van de visie en werkwijze van Trainees in onderwijs.
  • Minimaal 8 en maximaal 12 lesuren (√† 50 minuten) beschikbaar hebben voor de trainee.
  • Twee traineeplekken aanbieden.
  • Voldoende en goede begeleiding bieden aan de trainee. Een trainee is zowel een nieuwe collega als docent in opleiding. Trainees zouden in (een combinatie van) beide begeleidingsstructuren meegenomen kunnen worden. We vragen hiervoor enig maatwerk en flexibiliteit van de scholen.
  • Partnerschap in natura (bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van ruimtes of meehelpen aan een meeloopdag voor ge√Įnteresseerde kandidaten).
  • Flexibiliteit met betrekking tot de plekken voor trainees. Traineeplekken worden bij voorkeur niet alleen aangeboden om gaten in de formatie te vullen bij bijvoorbeeld tekortvakken, maar vooral vanuit de belangstelling voor een interessant personeelslid die een grote community met zich meebrengt.

Meer informatie over partnerschap is te lezen in het basisboek.

  • De school krijgt ambitieuze en gemotiveerde docenten in dienst, die lessen kunnen verzorgen voor een specifiek schoolvak.
  • De school krijgt jonge professionals in het team die een unieke mix aan vaardigheden en buitenschoolse kennis meebrengen. Ze krijgen vanaf de start van het traineeship de ruimte om deze expertise in te zetten voor de school door bij te dragen aan de ontwikkelingen in school met behulp van de ontwikkelopdracht.
  • Trainees hebben een positief effect op de professionele cultuur binnen de school, vanwege onder meer hun onderzoekende houding, een ondernemende inslag, en creativiteit. Ze dragen bovendien een open leercultuur uit waarin kennisdeling met collega‚Äôs binnen en buiten de school, multidisciplinariteit en samen leren vanzelfsprekend zijn.
  • De trainees geven de school toegang tot een open community, zodat scholen optimaal kunnen leren van elkaars ontwikkelingen. Zo heeft de trainee bijvoorbeeld een sterk netwerk van mede-trainees die ook werken aan innovaties in het onderwijs en zo elkaar kunnen aanvullen, helpen en versterken.

In principe wel. Het uitgangspunt is minimaal 2 trainees per school. Zie hiervoor het basisboek, bijlage 1 punt 6. Uit onderzoek naar de voorgaande traineetrajecten blijkt dat de leercurve groter en integratie in de school veel beter is als twee trainees zich aan elkaar kunnen optrekken wanneer zij samen dezelfde ontwikkelingen doormaken. Daarnaast kunnen zij mogelijk samenwerken aan dezelfde ontwikkelopdracht, waardoor ze nog meer kunnen betekenen voor een school.

Het minimum aantal trainees per school staat echter niet vast, omdat het niet uitgesloten is dat er in het matchingsproces uiteindelijk maar één trainee op een school terecht komt. Het uitgangspunt is vanuit kwalitatief oogpunt opgesteld.

Het matchingsproces start met een matchingsbijeenkomst (3 april 2019). Naar aanleiding van deze bijeenkomst stellen kandidaten en scholen een voorkeurslijst op. Het programmateam faciliteert de matching op basis van drie criteria:

  • voorkeur kandidaat
  • voorkeur school
  • mogelijkheid tot het plaatsen van twee of meer trainees op een school

Het doel hierbij is om zoveel mogelijk kandidaten te plaatsen, waarbij de rek in alle drie de criteria bekeken wordt om de matching te optimaliseren. Dit maakt dat het dus niet onmogelijk is om mee te doen als je vooraf aangeeft maar plek te hebben voor één trainee, maar de kans op een match is kleiner.

Van aanmelding tot aanstelling

De selectie, matching en de aanstelling van de nieuwe traineegroep 2020 vinden plaats in de periode maart en april. Hieronder de belangrijke data op een rijtje:

Selectiedagen

Datum volgt | Locatie volgt

Datum volgt | Locatie volgt

Let op: kandidaten worden uitgenodigd voor één selectiedag

 

Matchingsdag 

Datum volgt | Locatie volgt t.z.t.

 

Feestelijke bijeenkomst

Datum volgt | Locatie volgt t.z.t.

Ja, maar een match tussen de aangedragen ge√Įnteresseerde kandidaat en de school kunnen we vooraf niet garanderen.

De kandidaat zal ten eerste moeten voldoen aan onze selectie-eisen en gewoon het selectieproces moeten doorlopen. Ten tweede zal naar aanleiding van de matchingsbijeenkomst worden bepaald welke kandidaat en school het beste bij elkaar passen. Wanneer zowel kandidaat als school elkaar dan als eerste keuze opgeven is de kans wel groot dat de aangedragen kandidaat bij uw school in dienst komt.

Het matchingsproces start met een matchingsbijeenkomst op 3 april 2019. Naar aanleiding van deze bijeenkomst stellen kandidaten en scholen een voorkeurslijst op. Het programmateam draagt zorg voor de matching en doet dit op basis van drie criteria:

  • voorkeur kandidaat
  • voorkeur school
  • mogelijkheid tot het plaatsen van twee of meer trainees op een school

Het doel hierbij is om zoveel mogelijk kandidaten te plaatsen, waarbij de rek in alle drie de criteria bekeken wordt om de matching te optimaliseren. In de praktijk beginnen we bij de directe matches; eerste keus van de kandidaat en voorkeur van de school.

Daarnaast zal het programmateam kijken welke overige matches nog mogelijk zijn. Dit doen zij op basis van de verkregen gegevens in de selectie, de kennis die zij hebben over de scholen en kandidaten en door overleg met scholen en kandidaten.

Nadat de matches bekend worden gemaakt door het programmateam, maken de betreffende school en kandidaat een afspraak op school. De bedoeling van deze afspraak is dat de kandidaat een goed beeld krijgt van de school en de relevante begeleiders. De school krijgt hiermee ook een beter beeld van de kandidaat. Als er van beide kanten een klik is, dan wordt de match bevestigd en kan de arbeidsovereenkomst onderhandeld en getekend worden. De selectiecommissie waarborgt de geschiktheid van de kandidaat. De insteek van dit gesprek is dus echt een matchingsgesprek en geen sollicitatiegesprek.

Salarisinschaling gebeurt bij de onderhandeling over de arbeidsovereenkomst tussen de school en de trainee. Bij startende docenten past schaal LB, maar vanwege de diversiteit wat betreft werkervaring binnen de traineegroep leggen we hierop geen beperkingen. Het helpt om afspraken te maken over het mogelijke groeiperspectief tijdens en na het traineeship.

Naast de salarisinschaling is er ruimte om andere zaken te betrekken in de onderhandelingen. Hieruit kan natuurlijk alles voortkomen mits het binnen de wet en de cao past, maar hieronder zijn wat zaken om rekening mee te houden in de context van het traineeship.

  • Worden de reiskosten vergoed door school voor het programma op vrijdagen?
  • Worden de reiskosten vergoed door school van en naar de lerarenopleiding?
  • Worden de additionele kosten voor de lerarenopleiding (zoals studieboeken) vergoed door de school?

Bij het aangaan van een overeenkomst ten behoeve van het traineeship wordt de intentie uitgesproken om met elkaar voor minimaal twee jaar een verbintenis aan te gaan. We merken overigens dat de intentie van alle partijen zelfs verder gaat dan die twee jaar. Het staat de school en de trainee vrij om direct een contract voor twee jaar af te sluiten of bijvoorbeeld tweemaal een jaarcontract. Op deze contracten is het reguliere arbeidsrecht en de cao van toepassing, waardoor rekening moet worden gehouden met ten minste de minimale opzegtermijn, mocht de overeenkomst opgezegd moeten worden. Daarnaast sluiten we een samenwerkingsovereenkomst af met betrekking tot de afspraken rondom het traineeship. Hierin staat dat alle betrokken partijen minimaal twee maanden van tevoren moeten aangeven als de intentie ontstaat om de overeenkomst te ontbinden. Dit, omdat in onze ogen de verbondenheid vanwege het traineeship meer is dan bij een reguliere arbeidsovereenkomst.

Een voorbeeld van een samenwerkingsovereenkomst staat in het basisboek, bijlage 3.

In de cao VO 2018/2019 staat het volgende met betrekking tot deze lestaakreductie-regeling voor startende leraren.

De startende leraar heeft recht op een reductie van zijn lesgevende taak met 20% gedurende het eerste jaar en 10% gedurende het tweede jaar van de aanstelling.

Onder een startende leraar wordt verstaan de werknemer met een eerste reguliere aanstelling in een leraarsfunctie, ongeacht de omvang van de betrekking. De lesreductie heeft betrekking op de in het taakbeleid van de betrokken school vastgelegde lestaak bij een vergelijkbare aanstelling. Een voorafgaande LIO- of vervangingsaanstelling heeft geen beperkende invloed op deze afspraak.

We geven de school en de trainee de vrijheid om in onderling overleg te beslissen of deze regeling tijdens of na het traineeship van toepassing is. Deze vrijheid volgt uit de volgende redenering:

In overleg met partnerscholen is besloten wat een realistische belasting is van trainees op de school, gedurende het traineeship. Daarbij zijn we uitgekomen op 12 lesuren per week (à 50 minuten). Dit komt ongeveer overeen met 0,48 fte docentschap inclusief de daarbij behorende taakruimte (afhankelijk per school). Voor alles wat de trainee extra doet voor de school (o.a. met behulp van de ontwikkelopdracht) en de persoonlijke ontwikkeling waar de trainee aan werkt, betaalt de school 0,32 fte extra salaris (0,8 fte in totaal). Deze betaalde extra tijd kan gezien worden als toepassing van de kortingsregeling. Er komt echter geen extra ruimte voor schooltaken voor in de plaats, wat in de regeling wel mogelijk is. De kortingsregeling is immers een lesreductie en geen aanstellingsreductie. Daarnaast zijn de trainees gedurende het traineeship nog geen bevoegd docent, waardoor je ter discussie kunt stellen of de regeling voor hen wel bedoeld is.

Kortom, gezien het feit dat de aanstelling gedurende het traineeship vaststaat, is de vraag omtrent de regeling, eigenlijk meer een vraag of de persoon in kwestie na het traineeship alsnog recht heeft op deze lesreductie of niet. We hebben dus besloten om de trainee en de school in gezamenlijk overleg te laten beslissen of zij na afloop van het traineeship nog gebruik willen maken van deze regeling of juist niet meer, afhankelijk van de situatie en de behoefte van de trainee en de school op dat moment.

De trainee op school

Het traineeprogramma is zo ontwikkelt dat trainees leren en ervaring opdoen met het opzetten en uitvoeren van onderwijsontwikkelingen. Zij zijn/worden professionals die niet bang zijn hun handen uit de mouwen te steken als er een goed idee ontstaat om het onderwijs te verbeteren. Zij zijn in staat om die ontwikkeling in gang te zetten.

Hiervoor gaan ze tijdens het traineeship aan de slag met een project dat interessant is voor de school: het project. Hierbij is het dus belangrijk dat de trainee in goed overleg gaat met de school om te bepalen waaraan gewerkt wordt. Enerzijds is het aansluiten bij een huidige ontwikkeling in of rond de school, anderzijds iets verder out-of-the-box afhankelijk van de interesses van de trainee. Belangrijk is dat er draagvlak is of gecre√ęerd wordt in de school, zodat het project een nuttige en toepasbare invulling oplevert voor de school en/of de omgeving daaromheen (kan ook zijn scholengroep, regio-initiatief, samenwerking bedrijfsleven, etc).

Tijdens het eerste jaar, gedurende het verbredingsprogramma op de vrijdagen, krijgen de trainees trainingen en bijeenkomsten ter ondersteuning van de opbouw van hun project. Hiermee komen ze tot een weloverwogen projectplan. De uitvoer van dit plan staat in het verdiepingsprogramma van jaar twee centraal. Er is dan voornamelijk tijd voor de uitvoer, waarbij regelmatig ondersteunende bijeenkomsten worden aangeboden middels begeleiding van inhoudelijke experts.

Bij de voorlopers van Trainees in onderwijs, Eerst de Klas en het OnderwijsTraineeship, is gebleken dat meer dan 82% van de trainees in het onderwijs werkzaam blijft na hun traineeship. Hoe lang een trainee in dienst blijft bij de school is sterk afhankelijk van de match, de ruimte die de trainee krijgt op school om zich te blijven ontwikkelen en natuurlijk ook de persoonlijke situatie. Het streven is wel dat trainees ook na hun traineeship bij dezelfde school in dienst blijven en in ieder geval blijvend zullen bijdragen aan het onderwijs.

De zij-instroomsubsidie wordt aangevraagd door de school, die hiervoor verantwoording verschuldigd is in hun jaarrekening. Het volledige bedrag komt ten goede van de opleiding van de trainee, georganiseerd door Stichting Trainees in onderwijs, bestaande uit de selectie inclusief assessment, de universitaire lerarenopleiding en het additionele traineeprogramma (o.a. verbreding- en verdiepingsprogramma). Mocht de trainee onverhoopt voortijdig stoppen, dan zijn er drie scenario’s:

  • De trainee stopt met het traineeship en met de lerarenopleiding.

De trainee is in dat geval geen zij-instromer meer. Het resterende bedrag van de subsidie (van de lerarenopleiding en van het traineeprogramma) zal door Stichting Trainees in onderwijs terug overgemaakt worden aan de school, die dit op haar beurt dit afhandelt met DUO.

  • De trainee stopt met het traineeship en gaat verder als reguliere zij-instromer bij dezelfde school of een andere school.

Het deel van zij-instroomsubsidie ten behoeve van de lerarenopleiding zal daar blijven. Het deel van de subsidie ten behoeve van het traineeprogramma wat nog niet besteed is zal door Stichting Trainees in onderwijs terugbetaald worden aan de school, die het op haar beurt kan overmaken naar de nieuwe school (indien van toepassing).

  • De trainee stopt op school en zet het traineeship voort bij een andere school.

Met DUO hebben wij afgesproken dat we dan in overleg treden met beide scholen hoe dit het beste in beide jaarrekeningen te verwerken is. Het totale bedrag moet uiteindelijk verantwoord worden, het maakt hen niet uit welke school welk deel van de subsidie verantwoordt. Het is wel belangrijk dat het eerste bevoegde gezag de overstap doorgeeft aan DUO.

Staat jouw vraag hier niet tussen?

Kijk dan bij contact

Onze partners en betrokkenen