Publicatie

24/08/2018

Trainees blijven in het onderwijs – Scienceguide

uit Scienceguide | door Ingeborg van der Ven
lees hier het het originele artikel

Als opvolger van Eerst de Klas en het Onderwijstraineeship, subsidieprojecten vanuit OCW, start in augustus 2018 Trainees in onderwijs met zo’n dertig nieuwe kandidaten. Op basis van evaluaties en een haalbaarheidsstudie voor een vervolg op beide projecten zijn geleerde lessen meegenomen en sterke punten behouden en kan het programma nu onder de stichting ‘Trainees in onderwijs’ doorgaan.

Eerst de Klas en het Onderwijstraineeship zijn in 2008 geïnitieerd door het ministerie van OCW. Een impulssubsidie heeft beide projecten tot 2018 draaiend gehouden, de laatste groep is in 2016 gestart en zal dit jaar het traineeship afronden. Doelstelling was, en is ook nu nog steeds, om ambitieuze academici enthousiast te maken voor het vak van docent. Door de samenwerking met het bedrijfsleven kunnen trainees zowel hun lesbevoegdheid halen als vaardigheden ontwikkelen op het gebied van leiderschap of onderzoek.

Rol van de middelbare scholen

“Duurzaam is een veelgebruikt woord, maar het beschrijft wel wat we hier hebben gedaan. We hebben een middel dat door alle partners als succesvol beschouwd wordt duurzaam gemaakt voor de toekomst,” legt programmamanager Sanne van Kempen uit. Vanuit het gegeven dat de twee trajecten eindig waren is er in 2017 een haalbaarheidsstudie gedaan naar de wenselijkheid van een duurzaam traject als opvolger.

Onderdelen van deze interne studie naar de haalbaarheid van een vervolg zijn ontwerp, het draagvlak en de businesscase en governancestructuur van het project. De resultaten in het onderzoek waren op alle gebieden positief en daarom heeft de stuurgroep de projecten Eerst de Klas en het Onderwijstraineeship het startsignaal gegeven.

De stichting maakt voor de financiering van het onderwijs gebruik van de regeling zij-instromers. Waar een middelbare school voorheen dit budget van 20.000 per trainee ook voor een deel zelf zou krijgen, wordt dit nu via de stichting ingezet om de opleiding van de trainee te bemiddelen.

De middelbare scholen en de universitaire lerarenopleidingen zijn partner in dit programma. Het betrekken van het voortgezet onderwijs is van belang voor het succes van de traineeships. “We werken samen met samen opleiden, een samenwerkingsverband van opleidingsscholen. De aanstelling als leraar heb je als trainee bij een school die bij ons is aangesloten als partner. Hierdoor kom je op een school die kwalitatief goede begeleiding biedt en weet hoe maatwerk geboden kan worden. Je hebt als docent meteen klassen en bevoegdheden, maar je bent ook in opleiding.”

Het lerarentekort

De rol van het ministerie van OCW is dus veranderd, van financier naar partner en daarmee onderdeel van de Raad van advies. “Er is een stichting opgezet om de lerarenopleidingen, scholen, de partners, organisaties en bedrijven samen eigenaar te maken van het gedachtegoed en het programma,” aldus Van Kempen. Het behalen van de lesbevoegdheid ligt bij de universitaire partners, namelijk de universiteit Leiden, de VU en de Radboud Universiteit.

Het aanbieden van het traineeship als oplossing voor het lerarentekort is met name een wens vanuit het ministerie. Doordat het ministerie niet langer de financiering van het traject volledig op zich heeft genomen is er ook ruimte voor een andere focus. “We sturen niet op kwantitatieve doelstellingen, wat wel het geval was toen OCW er nog met subsidie in zat.

We rekenen natuurlijk wel met aantallen studenten, maar deze aantallen zijn verwachtingen. Wat wij willen is het aanbieden van een kwalitatief goed traject, waarmee we een andere groep studenten aanspreken dan die regulier voor het onderwijs kiest.”

Geen subsidie, wel ondernemingskracht

“Wij denken dat dit programma precies past bij wat de minister voor ogen heeft. Het sluit aan bij de onderzoeken naar circulaire carrières en de hybride docent. De mogelijkheid om je naast het docentschap nog op andere kwaliteiten te ontwikkelen spreekt een andere groep potentiële docenten aan,” legt Van Kempen uit. De stichting rekent nog steeds op een grote betrokkenheid van het ministerie. “Het ministerie is niet langer financier van dit traject, maar op het gebied van faciliteiten en netwerk hebben wij nog steeds alle steun van onderwijsambtenaren.”

Ministers enthousiast over circulaire carrieres

Binnen het project ‘Eerst de klas’ hadden partners uit het bedrijfsleven een zeer centrale rol. Ook binnen de opvolger zal het bedrijfsleven een plaats krijgen. “Daar waar het onderwijs en het bedrijfsleven elkaar gaan versterken en waar de trainee impact heeft, zullen we samen werken. Denk daarbij aan projecten tussen medewerkers van bedrijven en trainees, vaardigheidstrainingen, gezamenlijk curriculum ontwerpen, of het opzetten van een onderneming met expertise vanuit het bedrijfsleven. Een bezoek aan een organisatie op vrijdag dat dan ook van invloed is op de invulling van de scheikundeles.” verduidelijkt Van Kempen.

De nieuwe invulling, het werken vanuit een stichting en een andere financiële invulling zal een positieve invloed hebben op de werkwijze, verwacht Van Kempen. “Ook alle partners hebben hierdoor een meer ondernemende houding. We worden met zijn allen een stuk kritischer en pakken direct door als we kansen zien. We zijn niet gebonden aan regelingen. Het is eigenlijk hetzelfde proces dat wij willen zien bij trainees, dat nu ook ontstaat onder de partners. Dat is echt mooi, mensen worden er enthousiast van.”