Je hebt Javascript nodig om deze website te kunnen gebruiken. Pas je browserinstellingen in om verder te gaan!

Als trainee sta je er aan het begin van je loopbaan gelukkig niet alleen voor. Vanuit het traineeship en de lerarenopleiding is er ruimte voor begeleiding, maar ook op de school waar je aan de slag gaat speelt ondersteuning een belangrijke rol. Hoe die begeleiding eruitziet kan in de praktijk verschillen. Sommige scholen, waaronder het VAVO Rijnmond College, werken met schoolopleiders die nieuwe collega’s actief begeleiden in hun eerste jaren. Manou en Mohammad zijn twee van die schoolopleiders. Vanuit hun ervaring als oud-trainees, ervaren docenten én begeleiders laten zij zien hoe begeleiding op het VAVO Rijnmond College is ingericht en wat volgens hen essentieel is voor een goede start in het onderwijs.

Het vavo als leeromgeving

Voor veel mensen is het volwassenonderwijs (vavo) nog een relatief onbekende vorm van onderwijs. Toch is het voor de leerlingen die hier onderwijs volgen vaak een heel bewuste keuze. Sommigen willen doorstromen van mavo naar havo of van havo naar vwo, anderen willen hun profiel verbreden. Er zijn leerlingen die eerder examen deden in het reguliere voortgezet onderwijs, maar niet alle vakken haalden en dit via het vavo nog eens willen proberen. En er zijn leerlingen die hun schoolloopbaan eerder moesten onderbreken en hier alsnog hun diploma nastreven. Die verschillende achtergronden zorgen voor uiteenlopende behoeften en unieke verhalen.

Werken in het onderwijs: de leerling centraal

Voor Manou en Mohammad begint goed onderwijs bij het zien van de leerling. Die houding vormt de basis van hun werk als docent én als schoolopleider. Zeker in het vavo-onderwijs, waar leerlingen vaak eerdere schoolervaringen hebben gehad die niet succesvol waren, is die benadering essentieel.

In hun dagelijks werk merken zij dat vakinhoud belangrijk is, maar nooit losstaat van de relatie met de leerling. Juist door aandacht te hebben voor wat iemand nodig heeft, vertrouwen, structuur, een gevoel van opnieuw mogen beginnen, ontstaat ruimte om te leren. Die manier van werken vraagt iets van docenten: flexibiliteit, reflectie en het vermogen om verder te kijken dan alleen de lesstof. Relatie is hierin cruciaal, geeft Mohammad aan: “Als je een goede band hebt met je leerlingen, kan dat net het verschil maken of iemand om half negen wel of niet naar je les komt.”

Die focus op de leerling nemen Manou en Mohammad ook bewust mee in de begeleiding van trainees. Ze benadrukken: “Wie voor de klas staat op het VAVO Rijnmond College moet niet alleen zin hebben om kennis over te dragen, maar vooral ook kunnen aansluiten bij verschillende leefwerelden en behoeften. Dat is geen extra taak naast het lesgeven, maar een integraal onderdeel ervan.”

Van trainee naar schoolopleider

Zowel Manou als Mohammad begonnen zelf ooit als trainee. Manou werkt inmiddels ongeveer zeven jaar op het VAVO Rijnmond College. “Ik wist eigenlijk niet zo goed wat vavo-onderwijs was toen ik hier begon, maar al gauw werd ik heel enthousiast over alle leerlingen en hun unieke paden hiernaartoe.” Wat haar verder zo bevalt aan de school en collega's, is de ruimte voor ontwikkeling. “Als je een idee hebt en je deelt dat, dan is er vaak enthousiasme en ruimte om daar iets mee te doen.”

Als schoolopleiders begeleiden Manou en Mohammad nieuwe collega’s in hun eerste twee jaar op school. Dat zijn trainees, maar ook andere nieuwe docenten die instromen. De begeleiding bestaat uit groepsbijeenkomsten, intervisie en individuele gesprekken, aangevuld met begeleiding van vakcoaches binnen de secties.

Begeleiding als vaste structuur

Op het VAVO Rijnmond is begeleiding bewust structureel ingericht. Mohammad: “We hebben hier vier schoolopleiders. Dat geeft aan hoe belangrijk de directie het vindt dat nieuwe collega’s goed worden opgevangen.” Nieuwe collega’s starten met een uitgebreide startweek en komen gedurende het jaar regelmatig samen.

Lesbezoeken zijn een vast onderdeel van de begeleiding. Manou: “We werken altijd vanuit de behoefte van degene die we begeleiden. Na een lesbezoek heb je het samen over wat goed ging en waar iemand aan wil werken, dit zou pedagogisch of didactisch kunnen zijn maar de behoefte is per persoon verschillend.”

Warmte en veiligheid

Hoewel Manou en Mohammad zijn opgeleid in verschillende intervisiemethodes, kiezen zij bewust voor een aanpak die verder gaat dan vaste stappenplannen. Mohammad: “Sommige intervisiemethodes kunnen koud overkomen. Wij zijn vrij snel gaan kijken hoe we het doel van intervisie konden bewaken, maar wel met toevoeging van warmte en menselijkheid.”

Die warmte uit zich bijvoorbeeld in de ongedwongen sfeer tijdens bijeenkomsten, met ruimte voor ontmoeting. Volgens Mohammad draagt dit bij aan veiligheid. “Die veiligheid is heel belangrijk. Als die er is, durven nieuwe collega’s zich open te stellen.”

Manou ziet dat dit ook op de langere termijn effect heeft. “Je merkt dat nieuwe collega’s elkaar later ook weer weten te vinden. Dat zegt iets over de band die ontstaat.”

Wat trainees nodig hebben

Trainees brengen veel motivatie en inzet mee, zien Manou en Mohammad. Tegelijkertijd liggen daar ook valkuilen. Mohammad: “Trainees zijn vaak heel ijverig en perfectionistisch. Dan kan er onzekerheid ontstaan en nemen ze soms te veel hooi op hun vork.”

Begeleiding betekent dan ook soms afremmen en helpen prioriteren. Manou: “Een trainee moet in het begin vooral leren lesgeven. Ze zeggen vaak snel ja als iemand iets vraagt. Daar mag je als begeleider echt bovenop zitten. Een vast aanspreekpunt in de school helpt om een goede balans te houden.”

Tips voor andere (partner)scholen

Voor scholen die partnerschool (willen) worden van Trainees in onderwijs, hebben Manou en Mohammad een duidelijke boodschap: “Trainees zijn geen stagiairs en dat onderscheid moet voor het hele team helder zijn. Daarnaast helpt het om begeleiding structureel te organiseren, zodat deze niet afhankelijk is van één persoon.”

Ook vertrouwen vanuit de schoolleiding is essentieel. Ruimte, budget en vertrouwen maken het mogelijk om begeleiding goed vorm te geven en onderweg bij te stellen.

Tot slot

Het VAVO Rijnmond College laat zien dat goede begeleiding geen losse activiteit is, maar onderdeel van een bredere schoolcultuur. Een cultuur waarin nieuwe collega’s welkom zijn, mogen leren en ondersteund worden door een netwerk van begeleiders en collega’s. Door trainees serieus te nemen en hen een stevige, warme start te bieden, investeren scholen niet alleen in hun nieuwe docenten, maar ook in de kwaliteit en continuïteit van het onderwijs.