Nieuws

22/01/2021

Interview met Lotte Middendorp

“Leerlingen komen eerder naar de les om even een praatje te maken”

Toen Lotte Middendorp (24) eenmaal had besloten dat ze niet meer in de communicatiewereld wilde werken, duurde het even voor ze besefte dat ze heel graag het onderwijs in wilde. “Ik twijfelde om me aan te melden, en tegelijkertijd voelde het heel goed.” Nu werkt ze sinds september 2020 als trainee op het Edith Stein College in Den Haag, waar ze Nederlands lesgeeft aan 2e, 3e en 4e klassers havo/vwo.

 

Hoe kwam je erbij om dit traineeship te doen?

“Ik werkte in de communicatiewereld bij een reclame bureau maar daar haalde ik geen voldoening uit. Mijn werk ging alleen maar over hoeveel geld er in het laatje kwam. Ik heb aan het begin van mijn studententijd pedagogische wetenschappen gestudeerd, dat sprak me aan alleen dat ging over lesgeven aan kleine kinderen en dat vond ik niet zo interessant. Ik merkte dat als ik naar communicatievacatures zocht, ik dan heel erg werd aangetrokken tot vacatures in het onderwijs. Tot ik op een gegeven moment dacht, ik kan ook zelf gaan lesgeven.”

Twijfelde je nog toen je je ging aanmelden?

“Bijna alle trainees twijfelen denk ik wel, want het is een sprong in het diepe. En tegelijkertijd had ik er gelijk een goed gevoel bij. Ik was er vrij zeker van.”

Hoe is jouw keuze op deze school gevallen?

“Ik vond het heel tof om op een multiculturele, grootstedelijke school te werken, maar ik wilde er niet voor verhuizen. Ik ben daarom met een aantal scholen in Rotterdam en Den Haag in gesprek gegaan, en daarna nog een keer. Het Edith Stein College had ik bovenaan mijn lijstje staan en zij mij gelukkig ook.”

Wat zijn je ervaringen tot nu toe?

“Ik vind het echt heel leuk! Natuurlijk is niet elke dag een feestje, ik heb ook dagen dat ik er helemaal doorheen zit. Het klinkt raar, maar bij zo’n grootstedelijke multiculturele school ben je als leraar ook wat meer nodig dan als je op een school in een kleinere stad of dorp lesgeeft. Ik heb leerlingen die eerder naar de les komen om te vertellen over hun thuissituatie. Zij hebben dan niemand thuis aan wie ze hun verhaal kwijt kunnen en komen daar eerder voor naar school. Ik denk dat school voor hen een heel belangrijke betekenis heeft.”

Neem ons mee naar de allereerste keer dat je voor de klas stond. Hoe was het?

“Ik was stikzenuwachtig. Je hebt geen idee wat je kunt verwachten of wat je overkomt. Gelukkig hoeft er de eerste les hoeft niet zoveel te gebeuren en moet je gewoon kennismaken. Nu ben ik over het algemeen niet meer zenuwachtig.”

Wat heb je tot nu toe over jezelf geleerd?

“Heel veel. Ik ben erachter gekomen dat leerlingen mij heel makkelijk om kunnen praten, haha. Daar maken ze graag gebruik van. Ik denk dat bijna iedere docent op een bepaalde manier heel naïef begint. Laatst had ik er iemand uitgestuurd – een heel klein jongetje met bolle wangetjes – en had ik gezegd dat hij na zijn lessen moest nablijven. Toen kwam hij naar mij toe om te zeggen dat hij nog heel veel moest leren. Hij zei: ‘zullen we dan de volgende keer een afspraak maken?’ Daar ben ik dan veel te makkelijk in.”

“Wat ik van mezelf heb geleerd is dat het mee heel erg  goed af gaat om die relatie op te bouwen. Ik vind dat heel leuk.”

Wat wil jij graag zelf innoveren of verbeteren aan het onderwijs?

“De methode Nederlands voldoet niet voor de kinderen van mijn school, omdat het niet aansluit. Voor velen van hen is Nederlands niet de moedertaal en dan zegt de lesstof dat ze moeten weten hoe ze bijwoordelijke bepaling vinden. Ik vind het veel belangrijker dat een kind een normale Nederlandse zin kan schrijven. Ik zou het heel graag de kans krijgen om een aangepaste methode voor scholen te creëren.”

Aan welke vaardigheden wil je nog werken?

“Ik heb nu een klas waar een ontzettende straatcultuur hangt. Alle jongetjes willen de apenrots beklimmen, maar ik moet die aap op de rots zijn. Dus ik ben van plan om daarin een strakker regiem te handhaven. Dat vind ik heel lastig. Ik wil heel erg graag aardig geworden worden.”

Wat vind jij geschikte eigenschappen die je moet hebben voor dit hele programma?

“Nuchter en positief in het leven staan en stressbestendig zijn. Je moet het niet allemaal perfect willen doen, dat kan gewoon niet. Je wordt in het diepe gegooid en daar gaat heel veel mis. Je moet wel de kracht hebben om naar de lichtpuntjes te kijken en je niet zo verantwoordelijk te voelen dat je tot 3 uur ’s nachts nog een les aan het voorbereiden bent.”

Is er al een situatie voorgekomen waar je trots op bent?

“Ik moest een les opnemen voor mijn studie, dus ik liep door mijn 3 vwo klas met een microfoontje. Die klas is echt mijn paradepaardje, we hebben het heel gezellig en maken veel grapjes. Maar er zit één jongetje bij die er niet zoveel zin in heeft. Die moet ik weleens tot de orde roepen. Ik liep met het microfoontje langs, toen hij vroeg of hij iets in de microfoon mocht zeggen. Hij pakte dat ding en zei: ‘ik vind u echt heel erg leuk en een goede docent en ik vind het belangrijk dat de mensen dat weten.’ Dat was echt een stukje erkenning van dat ik blijkbaar iets goed doe.”

Wat vind je fijn aan het programma?

“Ik vind het fijn dat het met een groep is. Als mensen vragen waarom ik dit programma doe in plaats van een regulier zijinstroom-traject, dan is het omdat ik deze groep heb om mee te sparren.”

“Verder vind ik het fijn dat het traject je breder opleidt dan alleen tot docent. Op vrijdag hebben we een verbredend programma, en dat was voor mij de aanleiding om me voor Trainees in Onderwijs aan te melden, hoewel in de praktijk blijkt dat ik daar minder aan heb in de eerste periode omdat ik daar echt geen tijd voor heb nu.”

Wat had je willen horen toen jij je hiervoor ging opgeven?

“Dat het echt heel leuk is. Ik ben blij dat ik hiervoor heb gekozen, dat ik dit gedaan heb. Dat voelt voor mij als een unieke kans, omdat je met zo’n bijzondere groep bent.

Wat vind je belangrijk om mee te geven?

“Qua scholen zit er echt voor ieder wat wils bij. Er zit altijd wel een school bij die bij je past. Het is heel belangrijk dat je daarin de juiste plek kiest.”

Wat vind je van de begeleiding die je krijgt?

Daar heb ik het echt mee getroffen. Mijn sectievoorzitter die begeleidt mij fantastisch: ze betrekt mij bij alle overleggen over hoe we een lessenreeks in gaan richten. Bij mij op school gaat het allemaal heel informeel. Dat werkt bij mij heel goed.

Waar denk jij over vijf jaar te staan?

“Dan hoop ik wel een doorgewinterde docent te zijn die elke les het gevoel heeft de touwtjes in handen te hebben. En ik hoop dat ik dan bezig ben met het opleiden of begeleiden van mensen.”