Je hebt Javascript nodig om deze website te kunnen gebruiken. Pas je browserinstellingen in om verder te gaan!

“Als ik iets goed kan overbrengen aan mijn leerlingen, dan krijg ik daar energie van.”

Trainee Gökhan neemt ons in dit interview mee in de ervaringen en inzichten die hij tijdens zijn traineeship heeft opgedaan.

Vanuit een achtergrond in Biomedische Wetenschappen en een stevige carrière in business development maakte Gökhan Aribas de overstap naar het onderwijs. Hij meldde zich aan bij Trainees in onderwijs en werkt nu op het Johan de Witt college in Den Haag. Inmiddels is hij bijna aan zijn tweede jaar begonnen. We vroegen hem naar zijn ervaringen en inzichten die hij tijdens zijn traineeship heeft opgedaan.

Wat heeft jou het onderwijs in gebracht?

Destijds tijdens mijn studie had ik een bijbaan waarin ik lesgaf, en dat beviel me meteen ontzettend goed. Het was zo positief en leuk dat ik op basis daarvan een aanbod kreeg van de school om les te geven, en ook bij een andere school stond ik voor de klas. Die ervaring bleef bij me hangen. In mijn latere business-carrière merkte ik dat ik niet meer de toekomst zag die ik voor mezelf wilde. Ik zag mezelf dat werk niet doen tot mijn zestigste. Die twee elementen kwamen samen en toen ben ik richting het onderwijs gegaan.

Wat sprak jou zo aan in het traineeship? Met je universitaire achtergrond had je ook voor een regulier zij-instroomtraject of de eenjarige master kunnen kiezen.

Hoe je het onderwijs in gaat is eigenlijk best een zoektocht, die route is niet zo vanzelfsprekend. Ik heb me uitgebreid georiënteerd, maar zocht uiteindelijk toch een partij die me kon helpen om door de bomen het bos te zien. Via het Onderwijsloket werd ik gewezen op het traineeship en toen ik die optie verder ging onderzoeken bleek dat voor mij echt een goede match. Het sprak me aan dat ik me binnen het traineeship niet alleen tot leraar zou ontwikkelen, maar ook breder binnen het onderwijs. Daarom heb ik voor deze route gekozen en daar ben ik achteraf heel blij mee. Ik denk dat de eenjarige master, zeker met mijn gezinssituatie, te veel was geweest door de praktische inrichting van het traject en de tijd die het kost.

Je kwam terecht op het Johan de Witt college in de Schilderswijk. Hoe zag dat matchingsproces eruit?

Ik heb met verschillende scholen gesproken en het Johan de Witt college was echt een wederzijdse match. Dat vond ik mooi. Toen ik eenmaal in de school liep, merkte ik dat het me aansprak dat het een school in de Schilderswijk is. Ik ben zelf ook islamitisch en ik heb een Turkse achtergrond, en dat geeft een extra dimensie. Daardoor heb ik een persoonlijk raakvlak met de doelgroep, waardoor ik me ook beter in kan leven in hun ongemakken, de nuances, en de belevingswereld van de doelgroep. Als onderdeel van het verbredingsprogramma van Trainees in onderwijs mocht ik eens een kijkje nemen op een andere school. Daardoor ontdekte ik hoeveel scholen eigenlijk van elkaar kunnen verschillen. Deze omgeving voelde verder van me af dan Johan de Witt en heel anders dan mijn eigen schoolcontext, waarin ik me veel meer thuis voel.

Merk je in de praktijk dat leerlingen zich in jou herkennen?

Zeker. Laatst had ik bijvoorbeeld een toetsinzage met een leerling die, net als ik, een Turkse achtergrond heeft. Tussen het bespreken van de toets door raakten we even in gesprek over onze vakantieplannen. Zulke momenten laten zien dat gedeelde culturele ervaringen soms zorgen voor een extra verbinding. Ik merk dat ik bij bepaalde uitdrukkingen of cultureel geladen onderwerpen op een natuurlijke manier aansluiting kan vinden bij leerlingen. Juist dan kan het helpen als leerlingen zich herkennen in wie er voor de klas staat en zich daardoor vrijer voelen om vragen te stellen.

Hoe was de overstap voor jou, van ervaren professional naar het opnieuw beginnen in een compleet andere sector?

Dat heb ik als fijn, maar ook als heftig ervaren. Fijn, omdat ik zodra ik voor de klas stond meteen voelde: dit is leuk. De ambitie om teamleider te worden of een andere operationele rol te vervullen heb ik op dit moment wat meer naar de achtergrond verschoven omdat ik me aan het focussen ben op het eigen maken van het lesgeven. Ik merk namelijk dat lesgeven precies bij mij past. Tegelijkertijd was het ook heftig, want bij goed lesgeven komt veel meer kijken dan alleen de kennis en ervaring die je zelf meebrengt. Je bent op je vakinhoud al ontwikkeld, maar je moet dat nog verpakken op een manier die
aansluit bij leerlingen, en dat kostte behoorlijk wat ontwikkeling.

Is er iets in het onderwijs dat jou heeft verrast?

Ja, vooral dat lesgeven veel doelgerichter is dan ik dacht. Ik had er zin in om mijn creativiteit en alle kennis uit het bedrijfsleven volop in mijn lessen te verwerken, en dat kan ook nog steeds, maar wel binnen grenzen. Je hebt nu eenmaal een bepaalde didactiek en lesdoelen die je moet toepassen. Als je daar te veel van afwijkt, raken leerlingen juist in de war of haal je je leerdoelen niet. Dat was voor mij vroeg in het eerste jaar al een belangrijk besef: hier moet ik eerst methodisch werken, voordat ik de ruimte pak om creatief te zijn.

Hoe ziet een gemiddelde week er voor jou uit?

Op maandag heb ik mijn opleidingsdag van de lerarenopleiding in Leiden. Dinsdag, woensdag en donderdag geef ik les, dit jaar twee lessen van 70 minuten per dag. Die dagen staan daarnaast ook vooral in het teken van lesvoorbereiding. Op vrijdag is het verbredingsprogramma, en dat is voor mij niet alleen een leermoment maar ook een moment om te ontspannen met een vaste groep mensen om je heen. In het weekend probeer ik vrij te hebben, op de zondag na, die gebruik ik voor de opleiding. Wat ik dit jaar anders wil doen, is weer meer gaan sporten. Dat schoot er vorig jaar door alle lesvoorbereiding in de avonden vaak bij in.

Als je nu terugkijkt naar bijna een jaar geleden, je eerste les, hoe stond je erbij?

Het was spannend, maar gelukkig kon ik sparren met collega’s die hier al jaren lesgeven en daardoor veel ervaring hebben. En daarna is het gewoon beginnen en jezelf gaan ontwikkelen. Voor mijn eerste les was ik bijvoorbeeld acht uur bezig met de voorbereiding. Bij de tweede lesvoorbereiding duurde dit gelijk 80 procent korter. Een goede voorbereiding is het halve werk en ik word daar steeds handiger in.

Waar haal je de meeste energie uit in dit traject?

Vooral uit de klas zelf. Als ik iets uitleg en ik merk dat het goed overkomt, dan geeft mij dat energie. Dat check ik ook echt, bijvoorbeeld via formatief handelen: leg je iets uit en kijk je vervolgens of het is overgekomen. Nog leuker is het als leerlingen daarna zelf met vragen komen om iets verder uit te diepen, ook als dat een beetje afwijkt van mijn lesplan. Dan merk ik dat ik steeds meer mijn eigen draai in de lessen krijg.

Zou je zeggen dat je nu al de docent bent die je wilt zijn?

Nee, nog niet helemaal. Ik denk dat ik nog wel een paar jaar nodig heb voordat het meer op de automatische piloot gaat. Waar ik me het komende jaar vooral op wil richten, is het ontwikkelen van meer activerende werkvormen. Welke ambities ik in het onderwijs verder nog heb weet ik nu nog niet. Op dit moment wil vooral dit vak heel goed leren onderwijzen, en van daaruit kijken welke extra taken binnen de school daar goed bij passen.